skip to Main Content

Vanwege de zomervakantie zijn wij tussen 10 augustus en 1 september gesloten. Wij zijn wel telefonisch bereikbaar op 020 261 83 10. De voicemail wordt dagelijks afgehandeld.  Afspraken kunnen hier via James Software gemaakt of worden via het call center. Dit is te bereiken op 020 261 83 13.

Amblyopie (lui oog)

Doordat het oog zich in de vroege kinderjaren niet normaal heeft kunnen ontwikkelen, ontstaat een slecht gezichtsvermogen in een oog. Wanneer één oog een goed gezichtsvermogen ontwikkelt, terwijl het andere oog dat niet doet, wordt het oog met de slechtere gezichtsscherpte het ‘luie oog’ genoemd. De afwijking komt bij vier op de honderd volwassenen voor. In de meeste gevallen is één van de twee ogen lui.

Het is heel belangrijk dat men zich realiseert dat de behandeling van amblyopie eigenlijk pas kan beginnen als de oorzaken die aan het ontstaan van amblyopie ten grondslag liggen uit de weg zijn geruimd. Dus eerst moet een bril worden gegeven om sterkteafwijking te corrigeren of cataract moet worden verwijderd zodat een oog met een goed brilglascorrectie kan gaan leren kijken.

Om een ‘lui oog’ te oefenen moet een kind worden gedwongen dit ‘luie oog’ te gebruiken. In het algemeen wordt dit bereikt door het goede oog af te dekken (te occluderen) gedurende een aantal uren per dag en gedurende een bepaalde periode die weken tot maanden kan bedragen. In het algemeen geldt dat naarmate het kind ouder is en de gezichtsscherpte lager, de occlusie gedurende een langere tijd noodzakelijk is om een goed effect te bereiken.

Bij jongere kinderen kan hetzelfde effect vaak door korter durende occlusie worden teweeggebracht. Dit is het voornaamste argument om al bij jonge leeftijd een ‘lui oog’ te behandelen.

In bepaalde gevallen lukt het niet een lui oog met een pleister op het goede oog te behandelen; in zo’n geval worden er soms pupilverwijdende druppels in het goede oog gegeven, zodat dit oog in ieder geval niet voor kijken dichtbij kan worden gebruikt. Het kind wordt op deze wijze gedwongen zijn luie oog in ieder geval voor dichtbij te gebruiken. Om dezelfde reden worden soms speciale brillenglazen voorgeschreven. Men zou kunnen denken, dat een scheelzien operatie een lui oog kan verhelpen. Dit is echter niet het geval; een scheelzien operatie kan echter wel helpen het opgetreden herstel van een lui oog te handhaven.

Voor een succesvolle amblyopiebehandeling zijn de ouders het allerbelangrijkst. Zij moeten ervoor zorgen dat een kind de pleister (ver)draagt en dat de occlusie ook lang genoeg wordt volgehouden. Volhouden is belangrijk omdat de behandeling van een lui oog slechts succesvol is tot aan een bepaalde leeftijd. Als eenmaal een lui oog ontstaan is, en de kinderjaren verstreken zijn waarin dit verholpen zou kunnen worden, dan zijn er op latere leeftijd geen behandelingsmogelijkheden meer. Zelfs een sterker brilglas, een staaroperatie of laser‐refractiechirurgie verhogen het gezichtsvermogen dan niet. De oogarts en de orthoptist zullen daarom in de ‘kostbare’ kinderjaren waarin de amblyopiebehandeling kan plaatsvinden, de ouders zo goed mogelijk ter zijde staan.

Bron: folder Amblyopie van het NOG. Zie www.oogheelkunde.org voor gedetailleerde informatie en/of volledige foldertekst.

Back To Top